Buurtstad Brussel

Tools voor de ontwikkeling van de 15-minutenstad

Thema’s

Type

Onderzoek

Jaar 2023-2025
Opdrachtgever Perspective Brussels
Fase/status afgerond
Locatie Brussel, België
Samenwerking/partners Studio for New Realities

Samenvatting

In samenwerking met Studio for New Realities zijn instrumenten ontwikkeld voor werken aan de 15-minutenstad. Voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft dit een toolkit voor BuurtStad opgeleverd, als concrete instrumenten voor implementatie in organisatie en processen. Parallel daaraan is in Amsterdam de interactieve ‘Zicht op Zorghuisvesting’ kaart ontwikkeld, als vertrekpunt voor de realisatie van Woonzorgcirkels en in de opmaat naar Zorgzame Buurten. De instrumenten beogen een gezamenlijke kennispositie in te richten, om zodoende samenwerking tussen stadsmakers te bevorderen en handelingsperspectief te bieden voor herdefinitie van de stad vanuit maatschappelijke urgentie. Niet door te voorzien in kant en klare oplossingen, maar door een lerende aanpak te bieden die mee kan bewegen met specifieke behoeften vanuit de context en nieuwe inzichten.

Inhoud

Als er één concept voor stedelijke ontwikkeling de afgelopen jaren in de schijnwerpers heeft gestaan, dan is het de 15-minutenstad, ook wel BuurtStad of nabijheidstad genoemd. De essentie: inwoners van de stad vinden hun dagelijkse behoeften nabij hun huis, waarmee de buurt het fundament vormt voor de ontwikkeling van een sociaaleconomisch sterke, aantrekkelijke en een duurzame stad. De inzet is de ontwikkeling van completere buurten, om je leven lokaler te kunnen organiseren, of het nu gaat om boodschappen doen, kinderen naar school brengen, een bezoek aan de dokter of plek om te sporten en ontspannen. Afhankelijk van het type stedelijk weefsel kan de actieradius van 15 minuten ook worden verlegd naar 10 minuten, of naar 20 minuten.

De BuurtStad is een krachtig concept om concreet vorm te geven aan verschillende urgenties in stedelijke ontwikkeling: het bevechten van congestie op wegen en de gevolgen daarvan op economie, leefkwaliteit en duurzaamheidsprestaties van steden, maar ook wat betreft de druk op zorg, welzijn, onderwijs en sociaal maatschappelijke diensten. Collectieve voorzieningen spelen een leidende rol in de ontwikkeling van de BuurtStad. Het bouwt voort op het 15-minutenstad concept als bepleit door Carlos Moreno, als krachtig middel voor het realiseren van een sociale, efficiënte en duurzame stad met een lokale focus, waar het fijn leven en verblijven is.

Het concept is niet nieuw en grijpt terug op de werking van historische, organisch gegroeide steden, waar buurten een hoge dichtheid en een mix aan functies hadden en waar voorzieningen veelal op loopafstand voor mensen bereikbaar waren. En alhoewel niet overal in volledigheid gerealiseerd, bevatte ook de modernistische stedenbouw een uitgebreid aanbod aan maatschappelijke en collectieve voorzieningen, waaronder buurtwinkels, scholen, en kinderopvang. Het belang van goede buurten werd voor bijna elke stadsbewoner voelbaar toen we in 2020 geconfronteerd werden met een wereldwijde pandemie en iedereen op het lokale leven was aangewezen. Steden wereldwijd hebben de principes van de 15-minutenstad omarmd en onder verschillende noemers toegespitst op hun specifieke situaties. De BuurtStad is geen blauwdruk, maar een lens waardoorheen stedelijke ontwikkeling bekeken wordt, en een praktische set instrumenten voor het voeren van het gesprek en het maken van keuzes over de stad waar we nu en in de toekomst goed willen samenleven.

BuurtStad toolkit

Voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is er in opdracht van het ruimtelijk-strategisch planningsbureau Perspective Brussels een studie uitgevoerd om benaderingen van de

BuurtStad te verkennen en strategische aanbevelingen te formuleren voor de ontwikkeling van het Gewest tot BuurtStad. Gesteld kan worden dat BuurtStad historisch verankerd zit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Het is tenslotte een vereniging van 19 gemeenten, die oorspronkelijk als zelfstandige eenheden functioneerden en waar in het stedelijk weefsel nog oude kernen en scheidende infrastructurele assen van te herkennen zijn. Dit geeft de basis voor het polycentrische model van de stad. Maar als het gaat om aanbod van collectieve/publieke

voorzieningen en de sociaaleconomische positie van inwoners zijn de verschillen tussen de gemeentes groot. En liggen er uitdagingen op schaal van het gewest die hieraan bijdragen: de congestie op de wegen zorgt voor een ondermaatse leefkwaliteit en duurzaamheidsprestatie, en

druk op de economie en sociale gelijkheid.

De ontwikkeling van de BuurtStad betreft een stedelijk transformatieproces wat mogelijk decennia beslaat in de uitvoering en waarbij veel verschillende stakeholders, vaak ook wisselend in de tijd, betrokken zijn. Er wordt in een dynamische context gewerkt, met een bijbehorende politiek-bestuurlijke realiteit. Bestaande processen en aanpakken zullen geleidelijk naar nieuwe worden getransformeerd c.q. vervangen. Het is daarom van belang vanuit een ‘lerende omgeving’ te werken, waar op een open wijze, binnen iteratieve processen geleidelijk uitvoering kan worden gegeven aan de transitie, en waar ook blijvend ruimte is om nieuwe inzichten of criteria toe te voegen.

Integrale samenwerking in een lerende omgeving vertrekt vanuit het ontwikkelen van een gemeenschappelijke taal en het inrichten van een gezamenlijke, gelijkwaardige kennispositie die inzicht geeft in de huidige situatie en het ontwikkelpotentieel. Vanuit deze overtuiging is er een ‘toolkit’ geïntroduceerd welke faciliteert in een manier van werken waarbij de diverse stakeholders, inclusief politiek en bestuur, in gezamenlijkheid tot een breed gedragen

aanpak kunnen komen om de BuurtStad concreet verder kunnen brengen.

De toolkit bestaat uit een drietal onderdelen, die in samenhang maar ook zelfstandig te gebruiken zijn.

  1. Het handboek zet het denkkader en de doelstellingen uiteen en biedt concrete bouwstenen en leidende principes om deze te verwezenlijken. Onderdeel van het handboek is een aanzet tot een gemeenschappelijke taal met uitleg van begrippen, een categorisatiemodel voor type voorzieningen en referentiewaarden om kwantitatief richting te geven aan benodigde aantallen voorzieningen.
  2. Een interactieve GIS-kaart biedt op basis van kwantitatieve data inzicht in het huidige aanbod en distributie van voorzieningen, en de potentiële vraag op basis van demografische gegevens. Dit geeft een basis voor de ontwikkeling van denklijnen en scenario’s voor het sturen op voorzieningen op gewestelijk niveau in een volgende stap.
  1. Een theoretisch kader, en een benchmark met toepassing van het concept in verschillende steden wereldwijd.

De Pijlers voor Buurtstad: dichtheid, nabijheid en diversiteit

In het gedachtegoed van de BuurtStad staan drie pijlers centraal: dichtheid, nabijheid en diversiteit. Dichtheid wordt in het concept van de BuurtStad beschouwd als een evenwichtige spreiding van voorzieningen en diensten in relatie tot het aantal inwoners in het bedieningsgebied. Nabijheid gaat om het kunnen vervullen van de basisbehoeften op een aanloop/fietsbare afstand van huis, waardoor de winst in reistijd gebruikt kan worden voor andere activiteiten, en de impact van reizen op economie en milieu wordt gereduceerd. Diversiteit in de context van BuurtStad gaat over het belang van zowel een variatie aan functies en voorzieningen in buurten in aansluiting op de verscheidenheid aan mensen, culturen en behoeftes.

De gecombineerde ‘score’ op deze drie pijlers bepaald de ‘mate waarin het principe van BuurtStad reeds aanwezig is’. Om dit te kunnen duiden op basis van kwantitatieve data zijn de drie pijlers vertaald naar indicatoren, die in een drieassenstelsel met elkaar samenhangen. Deze methode van ‘prototypering’ brengt de kwantitatieve statistieken van gebieden op vergelijkbare manier in kaart, en geeft zo inzicht in patronen in het stedelijk weefsel.

Kijkend naar de nu gevormde kaart van Brussel valt op dat er in een ruime meerderheid (58,8% – prototypes zwart, geel, roze + rood) van het Hoofdstedelijk Gewest, vanuit aanbod voorzieningen bezien, voldoende draagvlak is om reeds het predicaat Buurtstad waardig te zijn. Dit is mogelijk verklaarbaar doordat de stad vanwege culturele diversiteit en meerdere taalgemeenschappen over een relatief hoog voorzieningenniveau beschikt. Vraag of dit in de praktijk altijd werkt – het kan voorkomen dat een Franstalige bibliotheek zich bevindt direct naast een Nederlandstalige bibliotheek. Iets minder dan de helft (46,9% – prototypes wit, paars, groen + geel) van het Gewest bevat wel een aantal risico’s ten aanzien van aanbod en bereikbaarheid: het verdwijnen van voorzieningen in een al monofunctioneel gebied met laag aanbod of het schrappen van OV-lijnen in een gebied met maar een enkele bus-of tramlijn maakt de gebieden kwetsbaar in de realisatie van de buurtstad. Hier liggen daarom, kwantitatief gezien, mogelijk grotere en meer structurele uitdagingen zoals bijvoorbeeld het toevoegen van nieuwe OV-infrastructuur, sloop-nieuwbouw en verdichting met gemengd programma.

Hefbomen voor implementatie

De eerdergenoemde urgenties rondom gezondheid, zorg, klimaat en mobiliteit worden gezien als programmatische ‘hefbomen’ van de BuurtStad. Hier liggen kansen om bestaande programma’s, beleidsagenda’s, processen en financiering in te zetten als aanjagers voor de

implementatie. Denk aan de noodzaak voor het garanderen van zorg en welzijn voor een groeiende groep kwetsbare mensen, verduurzaming en meervoudig gebruik van maatschappelijk vastgoed (scholen en wijkgebouwen), het klimaatadaptief maken van openbare ruimte, en de ontwikkeling van infrastructuur voor langzaam verkeer en mobiliteithubs.

Gebruik en doorontwikkeling instrumentarium

Op basis van observaties uit de GIS-kaart en met de strategische aanbevelingen in de hand kunnen vervolgens op lokale schaal kwalitatieve verkenningen worden uitgevoerd, die een meer gewogen duiding van de huidige situatie, vraag en behoeften mogelijk maken. Begrip van de relatie tussen de fysieke omgeving, beleving van nabijheid en cultuur, gedrag en specifieke behoeften van bewoners is essentieel voor het realiseren van de BuurtStad.

Het instrumentarium is net als de lerende omgeving zelf een dynamische set tools, die verder ontwikkeld wordt en op basis van nieuwe inzichten kan worden bijgewerkt en uitgebreid. Zo staat het interactieve karakter van de GIS-instrumenten toe om steeds weer nieuwe informatie

toe te voegen en kunnen de bouwstenen in aansluiting op de specifieke stedelijke context, geïntegreerd worden in bestaande werkwijzen en geeft het handboek een basis voor reguliere updates als ‘levend document’. Het instrumentarium maakt het mogelijk om op basis van

objectivering en democratisering van planning, samen met bewoners, gebruikers, stakeholders, politici en planners te werken aan de BuurtStad. In Brussel wordt momenteel gewerkt aan de

implementatie van de principes, aanbevelingen en de GIS kaart in bestaande processen en verankering in beleid.